Werk in uitvoering
Met de feestelijke OPENING van de weblog GraafWerk ... door Erik de Graaf is deze rubriek Werk in Uitvoering komen te vervallen. Het idee wordt wél voortgezet in genoemde blog!
Jan Wolkers op Rottumerplaat
In 1971 had het onbewoonde waddeneiland Rottumerplaat twee weken achterelkaar een prominente bewoner. Eerst bivakkeerde Godfried Bomans een week op Plaat, daarna was het de beurt aan de gisteren op bijna 82-jarige leeftijd overleden Jan Wolkers.
Voor Bomans was het afzien in de verlaten waddennatuur (zie Werk in Uitvoering op 19 juli 2006). Op zaterdag 17 juli 1971 was hij dan ook dolgelukkig door Jan Wolkers te worden afgelost. Wolkers had het er vanaf het eerste moment naar zijn zin. Waar Bomans gek werd van de krijsende meeuwen was Wolkers er al snel bevriend mee. Het natuurmens was een en al activiteit. Hij bouwde aan zijn symbolische hek rond het eiland met het bekende bordje "Wolkers: 2x bellen". Toen zijn proviandkist te water
raakte besloot hij te leven van wat het eiland en de zee hem bood: garnalen, paling, wier, e.d. Ondertussen spalkte een gebroken pootje van een scholekster. Hij verkende het kadaver van een zwangere zeehond en verzorgde een uitgeputte jonge zeehond (Lenie 't Hart was nog in geen velden of wegen te bekennen). Op donderdag werd het dier opgehaald door een helikopter van de luchtmacht en naar een opvangcentrum op Texel gebracht. "De defensiekosten zijn veel te hoog", oreerde Wolkers, "maar dat mag zo blijven als we het leger omturnen. Stel je voor: de vijand valt binnen en er wordt niet teruggeschoten. Het hele leger is bezig met het redden van jonge zeehondjes".
Een keer per dag deed Wolkers in geuren en kleuren verslag van zijn belevenissen aan Willem Ruis, die vanuit Hotel de Breedenborg bij Warffum twee weken lang het radioprogramma "Alleen op een eiland" presenteerde. In de eerste week was het programma vrij saai, maar met Wolkers leefde het op. Het luisterpubliek smulde. Ook het Nieuwsblad van het Noorden hield de wederwaardigheden van Wolkers goed in de gaten. "Jan Wolkers heeft het druk op Rottumerplaat", kopte de krant al bij de eerste de beste gelegenheid. En later "Wolkers opereert dode zeehond" of "Jan Wolkers als eenzame wonderdokter". Op de maandag na het avontuur kopte de krant: "Hoe de grote dierenvriend weer tot ons kwam". Honderden mensen stonden volgens het Nieuwsblad de UQ 10 van garnalenvisser Klaas Meijer op te wachten in de hav
en van Noordpolderzijl. En Wolkers maakte er zijn showtje van. "Het is een schande", vond hij, "dat Klaas Meijer zijn schip moet verkopen, omdat de Waddenzee vervuilt".
Met de dood van Bomans in december 1971, van Ruis in 1985 en van Wolkers gisteren is het mooie avontuur van 1971 definitief herinnering. Maar een mooie herinnering.
Erik de Graaf (20 oktober 2007) Reactie?
Liberale eenheid: de VVD van P.J. Oud tot Rutte
De VVD toont de laatste dagen weer verdeeldheid. Rita Verdonk is de deur van de fractie gewezen, maar de verwachting is dat ze in het parlement zal blijven met een eigen fractie. Een vierde liberale partij, hoorde ik gisteren een spreker op het VVD-congres zeggen. "Als we D66 meetellen", voegde hij er aan toe. Daarmee trok hij niet het liberale gehalte van Verdonks nieuwe speeltje of Wilders' PVV in twijfel, maar dat van de concurrent ter linkerzijde. Van veelbesproken liberale eenheid is in ieder geval geen sprake.
Conflicten en ruzies zijn van alle tijden en komen in de beste politieke families voor. Interessant was dat gisteren op het VVD-congres niet zelden werd gesproken over het uiteenvallen van de VVD. In die stemming werd regelmatig teruggeblikt op eerdere woelige perioden in de VVD-geschiedenis. Ook Rutte keek terug in een poging zijn ruzie met Verdonk te onderscheiden van de politieke conflicten van vroeger. Ook P.J. Oud en Van Riel hadden het regelmatig met elkaar aan de stok, betoogde Rutte, maar daarbij ging het altijd om inhoud. Er werd niet op de man gespeeld, zoals hij nu Verdonk verweet.
De vraag is of dat altijd zo was. Oud drukte vanaf de oprichting van de VVD in 1948
een zwaar stempel. Onmiddellijk trok hij de belangrijkste partijfuncties naar zich toe: na de verkiezingen van 1948 werd hij als VVD-lijsttrekker logischerwijs fractievoorzitter in de Tweede Kamer, maar kort daarop nam hij door Stikkers ministerschap in het eerste kabinet-Drees ook diens partijvoorzitterschap over. Ouds heerschappij was daardoor gevestigd, zeker na zijn (niet echt onpersoonlijke) conflict met Stikker in 1951. Ouds gezag zou tot in de jaren zestig onomstreden blijven. "Oud denkt voor ons en schrijft voor ons", schreef Van Riel in 1951 in een bundel ter gelegenheid van de vijfenzestigste verjaardag van de leider. Dat mag af en toe prettig en gemakkelijk zijn geweest, het leverde ook problemen op, zoals Van Riel zelf jaren later mocht ondervinden. Regelmatig kwam Oud in conflict met naaste medewerkers (van Joekes en Stikker tot Van Riel). Over het algemeen hadden de conflicten een politieke aanleiding, maar vrijwel altijd leidden ze tot persoonlijke competitie. Ouds dominantie stuitte regelmatig op weerstand. Tijdens vergaderingen kon hij zijn partijgenoten erg kort houden: "Maar mijnheer de voorzitter, ik ben hier toch niet om ja en amen te zeggen?", protesteerde ooit iemand op een vergadering van het Hoofdbestuur. "Neen mijnheer", antwoordde Oud, "ja is voldoende. Amen houdt alleen maar op!"
De door Rutte aangehaalde historicus Vonhoff, uiteraard ook als grijze eminentie aanwezig, roemde dit voorbeeld ooit als een staaltje van efficiknt vergaderen, maar een dergelijk optreden zette ook weleens een rem op het enthousiasme van de partijgenoten. Dat gold eveneens voor Ouds 'alomtegenwoordigheid': Oud schreef de verkiezingsprogramma's, Oud bepaalde de kandidatenlijsten, Oud schreef voor wat, wanneer en op welke wijze moest gebeuren. Veel, zoniet alles, ging door de handen van de man die eigenlijk maar moeilijk kon delegeren. Wat hem niet beviel deed hij zelf dunnetjes over. Eigenlijk duldde Oud alleen zichzelf naast zich. Opvallend is dat vrijwel alle partijgenoten Oud, ondanks de lastige omgang en de soms hoogoplopende conflicten, als politicus bleven bewonderen. Oud leidde de VVD op autoritaire wijze, zoals Drees dat in de PvdA en Romme dat in de KVP deden. Dat kon ook in die tijd, pas vanaf het eind van de jaren vijftig kwam daarin langzaam verandering. Ook in de VVD.
Erik de Graaf (16 september 2007) Reactie?
Berlijnse Muur (1961 - 1989 - 2007)
Geschreven na een lange, emotionele dag in Oost-Berlijn in oktober 1982:
Afscheid bij Bahnhof Fr iedr ichstr asse (1982)
Der T
Waa
Te
Van familie, v
Ik sch
Van west naa
Van de ene naa
Omdat ik doo
Omstandigheden de juiste papie
En papie
Links Rechts
West Oost, maa
Ik
Moet
Te
Voo
"Tschüss, Erik",
Erik de Graaf (13 augustus 2007) Reactie?
P.C. Hooftprijs voor Maarten Biesheuvel
Gisteren ontving Maarten Biesheuvel de P.C. Hooftprijs, de belangrijkste literaire onderscheiding van ons land. En terecht. Fantastische verhalen heeft hij geschreven en doodzonde is het dat zijn productie al zo'n twintig jaar geleden stokte. Zijn proza heeft echter altijd een prominente plek in mijn boekenkast behouden.
Onlangs vond ik een werkstuk uit mijn studietijd. Voor mijn lerarenopleiding moest ik in 1980 een structurele analyse schrijven van een literair verhaal. Ik koos voor De kaartenmakers van J.M.A. Biesheuvel uit zijn bundel De verpletterende werkelijkheid uit 1979. Het vertelt over twee vrienden, Nyls en Carl, die zich in het noorden van Noorwegen wijdden aan het maken van een globe, die een natuurgetrouw overzicht gaf van de wereld, zoals die er om twaalf uur precies in de middag van 21 augustus van het jaar 1975 uitzag. Dat zou een hele klus worden, beseften de vrienden. Hoe kun je tenslotte weten dat de Sumatraanse dichter Rendra op dat moment niet als gewoonlijk op het noordelijke strand van Sumatra zit te schrijven, maar in Leiden in Nederland op bezoek is. "Een krankzinnige opgaaf misschien, maar ze werkten er naartoe".
Elders op de wereld stuurde ene Nwaak de twee kaartenmakers een pakje toe, nadat hij over hun plan hoorde. Op het moment dat het pakje op de post ging werd het pikkedonker op aarde. Er volgden weken van rampspoed, tot Nyls en Carl het pakketje openden. "Deze globe is nog veel verschrikkelijker dan wij gedacht hebben", zei Carl. "Toen hij werd ingepakt werd het donker op de aarde, toen postmannen de globe beroerden en het papier van het omhulsel licht deukte waren er verschrikkelijke aardbevingen. Deze globe is de moeder van de aarde, zij is een prototype".
Carl ging op zoek naar de afzender van het pakketje op het onbekende Kraatseiland. Nyls volgde de reis van zijn vriend met een telescoop op Nwaaks globe. Toen het schip, waarmee Carl op zijn zoektocht naar Kraatseiland de Atlantische Oceaan overstak, met man en muis verging, besefte Nyls dat hij zijn vriend met een theelepeltje kon redden. Hij deed het niet, ze hadden tenslotte afgesproken geen gebruik te maken van hun macht om in de gebeurtenissen op de wereld in te grijpen.
Carl verdronk jammerlijk, Nyls treurde om het verlies. Hij zette de globe op een veilige plek om er nooit meer naar om te zien. Hij keerde zich af van de macht en de wetenschap en vond een baantje als horlogemaker. Een fantastisch biesheuveliaans verhaal. Goed dat hij nu de waardering heeft gekregen die hij verdient.
Erik de Graaf (25 mei 2007) Reacties?
6 mei 2007
Het is 6 mei en dan komen er wat herinneringen op.
Zo is het bijvoorbeeld 37 jaar geleden dat Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup won. Precies twintig jaar daarna werd mijn neef Daan geboren, ik zou hem Ove hebben genoemd naar de maker van het winnende doelpunt. En vijf jaar geleden werd Pim Fortuyn doodgeschoten.
Het gekke is dat je je door dat soort gebeurtenissen ook nog herinnert wat je de rest van de dag gedaan hebt. Op 6 mei 2002 was ik aan het eind van de middag op het Groningse Provinciehuis voor een seminar over noodopvang voor dakloze asielzoekers. Ik zat daar dubbel als gemeenteraadslid in Eemsmond en als werknemer van VluchtelingenWerk. Behalve over noodopvang werd er ook, vooral in de wandelgangen, gesproken over de noodzaak van een generaal pardon.
Na afloop reed ik naar Warffum. Op de autoradio hoorde ik in het nieuws van 6 uur dat de Lijst Pim Fortuyn volgens een nieuwe opiniepeiling meer dan dertig zetels zou halen. Ik schrok me rot. Negen dagen later waren de Kamerverkiezingen. Wie houdt hem nog tegen, vroeg ik me af.
Een uur later liep ik met mijn kinderen naar buiten om een balletje te trappen. Buurjongen Rodney (nu mijn assistent-coach bij Warffum E1, toen nog gewoon 12) kwam zoals gewoonlijk meedoen. "Ze hebben er daar een neergeknald", sprak hij tussen twee ballen door. "Wat neergeknald?" "Nou, die Fortuyn". Ik snelde naar binnen en zat geschokt de rest van de avond voor de buis. Zo had ik dat na het nieuws van zes uur niet bedoeld.
Erik de Graaf (6 mei 2007) Reacties?
Cruyff: Kroeijeff de verlosser in Roemenië
Overmorgen wordt het voetbalgenie Johan Cruyff zestig. Niemand ontkomt eraan. vandaag culmineert de herinneringscultuur in een avondvullend Cruyff-programma op Nederland 3. De mooist denkbare voetbalmomenten zullen de revue passeren.
Als Feyenoord-supporter viel het niet altijd mee van het voetbalgenie Cruyff te genieten. Ik herinner me mijn diepe teleurstelling als 14-jarige jongen toen Feyenoord op 15 april 1972 in de eigen Kuip de oren gewassen werd: 1-5. Twee doelpunten van die verrekte Cruyff. Ik nam me voor dagelijks keihard te gaan trainen om mijn club voor meer onheil te behoeden, maar helaas werd me dat de volgende dag al verboden. Het was tenslotte zondag.
Acht jaar later kwam Cruyffs internationale bekendheid me plotseling goed van pas. Ik reisde in 1980 in mijn eentje met rugzak door Oost-Europa. Liftend, lopend en met bus en trein. Waar ik aankwam liet ik me verrassen door de omstandigheden. Meestal leidde dat tot leuke ontmoetingen en uitnodigingen voor eten en overnachtingen. Er was echter één probleem: bij een reis door het Roemenië van Ceaucescu kocht je bij entree een visum, waarop je route vervolgens van dag tot dag moest worden bijgehouden. Bij elke camping of hotel kreeg je een stempel in het visum als bewijs van goed overnachtingsgedrag. Logeren bij particulieren was verboden in Ceaucescu's rijk en bovendien niet goed voor de carriere van de gemiddelde Roemeen.
Dat ging al op de eerste dag mis toen ik buiten het dorp Bratca werd aangesproken door twee jongens, die me in de drukte rond het station uit veiligheidsoverwegingen hadden genegeerd. Na een Transylvaanse avond met muziek, dans, zelfgemaakte wijn en palinka en boeiende gesprekken over het leven in oost en west kreeg ik de logeerkamer toegewezen. De drie volgende nachten logeerde ik bij Ovidiu in Cluj-Napoca, die jaloers las dat mijn paspoort "valid for all countries in the world" was. In Sibiu stond mijn tentje officieel op de camping, maar logeerde ik zelf bij een familie van Duitse afkomst, die Sibiu hardnekkig Hermannstadt noemde. Daarna huurde ik een kamer bij een oude vrouw in Busteni, aan de voet van de bergen. Ze verzorgde me geweldig, maar een stempel kon ze me niet leveren. Mijn bagage liet ik een paar dagen bij haar achter toen ik met twee Roemeense dienstplichtigen de bergen inging. Hun adressen kreeg ik niet. Dat leek hen te gevaarlijk. Officieel waren we tenslotte vijanden en de Securitate zag veel. In Boekarest vond ik uiteindelijk een hotel.
Na veertien dagen Roemenië had ik vijf officiële stempels in mijn visum. Dat leidde tot flink oponthoud aan de grens met Bulgarije. Daar bleek het eerst een hele klus mijn herkomst te achterhalen, hoevaak ik ook Holland, Golland of Hollandia zei. Blijkbaar maakten niet veel West-Europeanen gebruik van de kleine grensovergang bij Silistra. De eerste grenswachten kwamen er niet uit. Er moest een hogere worden gehaald. Die bekeek mijn paspoort van alle kanten, wees zijn onderdanen allerlei informatie uit mijn pas aan, maar er leek ook iets niet te kloppen. Ten einde raad riep hij de hulp van een nog hogere in. Die liet een poosje op zich wachten, omdat hij uit een plaatsje uit de buurt moest komen. Ik had genoeg tijd om me zorgen te maken. Hoe redde ik me hier uit? De hoogste beschikbare grenswacht kwam, zag en overwon. Hij bladerde mijn paspoort door. Van voor naar achter en van achter naar voor. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. "Ah, Kroeijeff!" Hij sloeg me op de schouder. Ja, Kroeijeff, lachte ik terug. Hij bood me een Roemeense sigaret aan en als niet-roker betrad ik even later paffend Bulgaarse grond. Met dank aan Cruyff.
Erik de Graaf (23 april 2007). Reactie? Zie: Oradea - Bratca: september 1980
De Poolse geheime dienst slaat toe
De Sluzba Bezpieczenstwa, de Poolse geheime dienst uit de communistische tijd, heeft "postuum" keihard toegeslagen in de katholieke kerk. De nieuwe aartsbisschop van Warschau moest gisteren, 17 jaar na de opheffing van de SB, aftreden. Kort voor zijn officiële kerkelijke inwijding had Stanislaw Wielgus geen andere keus meer, hij kon niet langer ontkennen dat hij jarenlang voor de geheime dienst had gespioneerd.
Hoelang de 67-jarige bijna-aartsbisschop voor de SB heeft gewerkt is nog onduidelijk. Volgens sommige bronnen ruim twintig jaar vanaf 1967. Volgens anderen begon hij zijn hand- en spandiensten in 1973 in ruil voor een studieverblijf in West-Duitsland. Wat hij precies heeft aangericht is ook nog niet bekend, behalve dat hij in West-Duitsland de opdracht had om Poolse geestelijken te bespioneren. Kort voordat hij indertijd naar München vertrok ontving hij instructies van SB-officieren. Uit een 70 pagina's dik geheime-dienstdossier zou blijken dat hij onder diverse schuilnamen heeft gewerkt.
Half december 2006, kort nadat paus Benedictus hem als nieuwe aartsbisschop had aangewezen, werden de eerste beschuldigingen tegen Wielgus geuit. In zijn heftige ontkenningen werd hij gesteund door zijn katholieke collega's. Die steun nam af toen het Instituut voor de Nationale Herinnering (in het Pools: IPN), dat zich als een soort NIOD over het verleden van Polen buigt, daadwerkelijk dossiers van Wielgus in het archief van de SB aantrof. Wielgus bleef echter luid ontkennen, tot op de dag van zijn benoeming tot aartsbisschop, afgelopen vrijdag. Pas twee dagen later, kort voor de geplande inwijding van gisteren, gaf hij eindelijk toe.
"Maar hij zou niemand hebben geschaad en zelfs moeite hebben gedaan om niemand te schaden", voegde hij aan zijn bekentenis toe. Dat klinkt vooral als de gebruikelijke verdediging van een betrapte spion, die de waarheid nog steeds niet onder ogen wil zien. We zullen het nadere onderzoek naar de gang van zaken door het IPN afwachten, maar het zou de beschuldigde eren als hij nu zelf uit de kast zou komen. Veel te laat, want bij alle discussie vraag je je toch af waarom Wielgus niet eerder zelf met deze pijnlijke discussie op de proppen is gekomen. Vooral omdat zijn spioneren naar zijn eigen zeggen niet veel te betekenen had.
Tenslotte werpt deze discussie de vraag op hoeveel andere katholieke geestelijken voor het communistische regime hebben gewerkt. Volgens historici zou het percentage weleens rond de tien kunnen liggen. Wielgus was niet de eerste, die ervan beschuldigd werd en zeker ook niet de laatste. Het zou mooi zijn als dit een impuls zou betekenen voor de verwerking van het dictatoriale verleden in Polen.
Erik de Graaf (8 januari 2007) Reacties?
Moddergraf
Vorige maand maand verscheen de literaire thriller Moddergraf, het debuut van mijn dorpsgenoot Lupko Ellen. Ik ben niet onmiddellijk een liefhebber van thrillers en weet ook niet goed wat ik van de term "literaire thriller" op de cover van het boek moet denken. Een thriller is een spannend verhaal dat de lezer moet meeslepen, maar ik word eerlijk gezegd maar zelden door thrillers meegesleept.
Toch toog ik een week of drie geleden op zaterdagmiddag naar boek
handel Venema in Uithuizen om Moddergraf aan te schaffen. Kon ik in ieder geval zeggen dat ik mijn best had gedaan als ik de auteur aan de lijn bij VV Warffum zou treffen. Het boek lag goed zichtbaar uitgestald op de tafel met de betere boeken. Tweehonderddrieënzestig pagina's dik. Ook dat nog. Thuisgekomen legde ik het eerst maar eens op de stapel. Pas de volgende dag, onze club speelde uit, sloeg ik het boek open en betrad de wereld van de internetjournalistiek, de prostitutie en de georganiseerde misdaad van de late jaren '10 van de 21e eeuw in Groningen en erboven. Slechts een pagina of vijf hield ik voor mezelf vol niet van thrillers te houden. Daarna werd ik de modder van het spannende, ingenieus geconstrueerde en snel geschreven verhaal ingezogen om er pas tegen middernacht uit te worden bevrijd. Pagina 263. Punt.
Ik ben dus geen thrillerlezer en zeker geen thrillerrecensent. Ik moet dus oppassen dat ik de clou van het verhaal niet verklap, want ik gun iedereen hetzelfde leesplezier. Zelf voelde ik me in spannendste passages wel gerustgesteld doordat ik in de Ommelander Courant had gelezen dat Lupko een vervolgverhaal met dezelfde hoofdpersonen wilde schrijven. Bij James Bond heb je ook altijd het gevoel dat het wel mee zal vallen, omdat er nog een vervolg komt. Hoofdpersoon Ludde Menkema kreeg daardoor iets onsterfelijks, hoewel ik daar in zijn gevecht op leven en dood met een Poolse topterrorist op het Wad boven Noordpolderzijl zwaar aan twijfelde. Goed geschreven dus.
Extra leesplezier verschafte de Groningse entourage. Het boek gaat over modder, maar je voelt de klei. Een beetje noorderling kent elke weg die journalist Menkema, rechercheur De Geus of scheepsmagnate Lemaire inslaat. De stad om te beginnen, maar ook de wijde omgeving: het Van Starkenborghkanaal, het Winschoterdiep, Noordpolderzijl, het Wad en Warffum. Je proeft de broodjes van bakker Bouwman, je ruikt de geiten op de Noordpolderweg en je geniet van het donkere, gure najaarsweer (dat ik deze herfst eigenlijk zo mis). Tussen de regels door lees je de toekomst van onze omgeving, hoewel niet altijd realistisch: die kerncentrale komt niet in de Eemshaven, Lupko! Dat heb ik je al eens gezegd. Wel mooi te lezen dat FC Groningen weer internationaal speelt. Met Gerlofs als steunpilaar. Hopelijk breekt hij definitief door. Een transfer naar een grote club kan ook de kas van onze VV nog spekken.
Aan een volgende thriller ben ik nog niet begonnen. Ik verheug me wel op het vervolg op Moddergraf. Geen 007, maar 0595. Dit was zondermeer een sterk debuut, dat ik in één adem uitlas. Vanavond exporteer ik het. Mijn neef Hans in Drenthe weet wat hij vanavond voor zijn verjaardag krijgt, als ie dit voor die tijd leest.
Erik de Graaf (1 december 2006). Reacties? Meer info op Lupko's weblog
Eerdere afleveringen
Werk in Uitvoering 21: Biermann tussen oost en west (16-11-2006)
Werk in Uitvoering 20: De canon: identiteit en geschiedenis (17-10-2006)
Werk in Uitvoering 19: De eerste Indonesiëweigerars (25-9-2006)
Werk in Uitvoering 18: Bruin in Mecklenburg-Vorpommern (19-9-2006)
Werk in Uitvoering 17: Wat deed je op.... 11 september 2001 (11-9-2006)
Werk in Uitvoering 16: Vier Warffumers bij Bomans op Rottumerplaat (19-7-2006)
Werk in Uitvoering 15: De eeuwige deserteur (29-5-2006)
Werk in Uitvoering 14: Helwerd - een magische plek (16-5-2006)
Werk in Uitvoering 13: Dodenmars naar de bevrijding (5-5-2006)
Werk in Uitvoering 12: Eet geen groente meer uit de buurt van Tsjernobyl (26-4-2006)
Werk in Uitvoering 11: Dood in de Stasigevangenis (12-4-2006)
Werk in Uitvoering 10: Partij van de Vrijheid (26-2-2006)
Werk in Uitvoering 9: Capelle - het laatste verdronken dorp (5-2-2006)
Werk in Uitvoering 8: Een lang weekend in Berlijn... (27-1-2006)
Werk in Uitvoering 7: Im Sturm geschieden (31-12-2005)
Werk in Uitvoering 6: Wat deed je op... 13 december 1981 (13-12-2005)
Werk in Uitvoering 5: George Best en het monument voor 1958 (26-11-2005)Werk in Uitvoering 4: Oradea - Bratca: september 1980 (november 2005)
Werk in Uitvoering 3: All you need is Beat (31-10-2005)
Werk in Uitvoering 2: De busramp bij Ranum in 1940 (14-10-2005)
Werk in Uitvoering 1: Duitse verkiezingen: de verliezers zijn de winnaars (19-9-2005)